Deze website is deel van www.bruggelokaal.be.

Geschiedenis

Oude foto van Cokes fabriek
cokes fabriek

Op 21 april 1900 werd een overeenkomst ondertekend tussen ‘die Moselhütte Aktiengesellschaft’ en de ‘Compagnie des Installations Maritimes’, waarbij een stuk grond van 360 meter bij 370 meter (gelegen aan het in aanleg zijnde Boudewijnkanaal) verkocht werd aan de ‘Moselhütte AG’. Deze wilden op deze site een moderne cokesfabriek bouwen. Deze vennootschap had banden met de Solvaygroep, want op 24 augustus 1900 werd aan de gebroeders Solvay & Cie een bouwvergunning verleend voor de ‘Usine des fours à Cokes de Zeebruges. De plannen voor deze fabriek werden getekend door René Buyck. Later in 1900 werden ook nog aan Solvay de bouwvergunningen verleend voor ‘4 batteries de 32 fours’, ‘un bâtiment pour extraction à gaz avec moteurs électriques’, ‘un tour à charbon broyé’, een atelier en een sulfaatgebouw. Op 16 september 1905 werd het terrein doorverkocht aan de ‘Rombacher Hüttenwerke’. De productiecapaciteit lag toen op 150 000 ton cokes per jaar, grotendeels geproduceerd uit ingevoerde Engelse steenkool. In 1908 kreeg de ‘Rombacher Hüttewerke’ een vergunning voor het bouwen van een woning (voor een meestergast), een kantoor en een cokessorteergebouw.  Na WO I werd de cokesfabriek - als Duits bezit - onder sekwester geplaatst, kwam het bedrijf in handen van de s.a. Solvay-Piette en werd de naam veranderd in ‘Fours à Coke de Zeebruges’. In 1920 sloot die vennootschap contracten af voor levering van cokes aan de ‘Société Lorraine des Acières de Rombas’ en met s.a. d’Ougrée-Marihaye.  De eerste cokesbatterijen waren in 1927 versleten en voorbijgestreefd. Daarom werd in 1928 besloten om nieuwe installaties te bouwen. De investeringen voor de 50 nieuwe cokesovens kwamen van de s.a. des Hauts Fournaux de la Chiers (Longwy), de s.a. d’Ougrée-Marihaye en de Société Lorraine des Acières de Rombas. De nieuwe installaties werden in 1930 in gebruik genomen.  Tijdens WO II werd de fabriek meerdere malen gebombardeerd, maar reeds op 2 november 1945 was alle schade hersteld en kon de productie hervat worden. Elf jaar later, in 1956, werden 25 nieuwe ovens bijgebouwd, gevolgd door opnieuw 35 nieuwe ovens in 1959 (tegelijkertijd werden de oude ovens stilgelegd).  Bij de omschakeling van België op aardgas kwam de fabriek in grote problemen, want ze kon haar steenkoolgas niet meer kwijt aan het net. Er werd een oplossing gevonden, door een leveringscontract te sluiten met de elektrische centrale van Slijkens, en in 1975 met de bedrijfselektrische centrale van de UCB te Zandvoorde. Ook in 1975 fusioneerde de cokesfabriek van Zeebrugge met de cokesfabrieken van Marly (Vilvoorde) en van Carbonisation Tertre. Aldus kreeg het bedrijf zijn nieuwe naam “Carcoke afd. Zeebrugge”, met als grootste aandeelhouder Cockerill Sambre.  Op 3 januari 1996 werd aan de OVAM, door de stad Brugge, meegedeeld dat de milieu- en lozingsvergunningen van Carcoke NV te Zeebrugge werden opgeheven, en dat met ingang van 8 juni 1996 alle activiteiten op die site stopgezet dienden te worden. 

De redenen waarom de cokesfabriek moest sluiten waren drieledig, namelijk:

 ·       er moest opnieuw geïnvesteerd worden in een nieuwe batterij cokesovens;

 ·       er moesten nieuwe investeringen gedaan worden om de milieunormen te halen;

·       de cokesfabriek was verlieslatend. 

 Mooie foto's van de fabriek in verval vindt u op:

http://www.hfinster.de/StahlArt2/archive-Zeebrugge-de.html